Ontwikkeling en begeleiding van ouderen - Cognitieve ontwikkeling

Inrichting van de huiskamer voor bewoners van een afdeling psychogeriatrie

Verpleeghuis 'Vogelzang' gaat een nieuwe afdeling psychogeriatrie bouwen. Op de afdeling komen vier woongroepen voor ieder tien bewoners. Elke groep heeft drie tweepersoonskamers, vier eenpersoonskamers, een ruime huiskamer, een toiletgroep en twee badkamers. De vier woongroepen maken samen gebruik van een keuken, waarin bewoners zelf een aandeel in de werkzaamheden kunnen leveren, een ruimte voor activiteitentherapie en een ruimte voor bewegingstherapie.

Op de groep 'Zwaan' komen zes bewoners met beginnende dementie. Zij kunnen niet meer zelfstandig wonen maar functioneren met begeleiding nog goed. Ineke, de activiteitenbegeleidster, coördineert de inrichting van de vier huiskamers. Er is een budget voor beschikbaar en de huiskamers moeten aangepast zijn aan het niveau van functioneren van de bewoners.

Ineke vraagt stagiaires van het ROC om een ontwerp voor de huiskamer van ‘Zwaan‘ te maken, waarbij rekening gehouden moet worden met de behoeften en beperkingen van de bewoners. De huiskamer moet zodanig ingericht zijn, dat de cognitieve vaardigheden van de bewoners gestimuleerd en waar nodig ondersteund worden. Ineke wil graag een plattegrond van de huiskamer en aanwijzingen voor het gebruik van kleuren, wandversiering etc. Het aanschaffen van de meubels en materialen, passend binnen het beschikbare budget, zal zij dan zelf verzorgen.

Het verpleeghuis

In verpleeghuizen wonen mensen die meer zorg nodig hebben dan zij thuis of in een verzorgingshuis kunnen krijgen. Dit kunnen ouderen zijn, maar ook jongere volwassenen, die door een ziekte veel zorg nodig hebben, bijvoorbeeld door multiple sclerose of hersenletsel.

Soms komen mensen na ontslag uit het ziekenhuis tijdelijk in een verpleeghuis om verder te herstellen en te revalideren.

Er zijn verpleeghuizen of afdelingen voor verschillende groepen bewoners of patiënten: revaliderende patiënten, bewoners met lichamelijke problemen, bewoners met cognitieve problemen of bewoners met een combinatie daarvan. Mensen die tijdelijk opgenomen worden om de mantelzorg te ontlasten (‘respijtzorg') komen meestal op de afdeling waar andere mensen met vergelijkbare problemen vast zijn opgenomen.

Er zijn particuliere verpleeghuizen, waarvan de bewoners de kosten zelf betalen en reguliere verpleeghuizen, die door de AWBZ bekostigd worden. Om in een regulier verpleeghuis te worden opgenomen, is een indicatie nodig: het moet duidelijk zijn dat verpleging en verzorging noodzakelijk is en dat deze niet (meer) door de mantelzorg kan worden gegeven. Een indicatie wordt afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Als iemand met een indicatie in een particulier verpleeghuis woont, wordt een deel van de kosten vergoed.

Verpleeghuizen zijn ontstaan in de tweede helft van de 20ste eeuw, als ‘overloop' voor het ziekenhuis: voor patiënten die geen intensieve zorg meer nodig hadden maar nog niet, of nooit meer, naar huis konden. In eerste instantie leken verpleeghuizen ook op ziekenhuizen: met slaapzalen, één zitkamer en de dokter was de baas. In de afgelopen vijftig jaar is de zorg in verpleeghuizen steeds meer gericht op de bewoner, met zijn individuele behoeften en mogelijkheden. Dit zien we terug in de ‘belevingsgerichte zorg', sinds het begin van deze eeuw steeds vaker toegepast in verpleeghuizen.

Met de verandering van zorgopvatting is ook de bouw van verpleeghuizen veranderd: van slaapzalen naar één- of tweepersoonskamers, van recreatieruimte naar huiskamer en van grote afdelingen naar woongroepen.

Activiteitenbegeleiding

Sinds het begin van de vorige eeuw wordt aandacht besteed aan het actief houden van mensen die door ziekte of ongeval tijdelijk of langdurig niet hun gewone bezigheden konden beoefenen. In de loop van de eeuw werd dit ‘bezig houden' steeds meer geprofessionaliseerd. De grote toename in de jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw van ziekenhuisbedden, bejaardencentra en verpleegtehuizen maakte de vraag naar bezigheidstherapeuten alleen maar groter. In 1967 werd de opleiding voor bezigheidstherapeut officieel erkend als mbo-opleiding.

Sinds het laatste deel van de 20ste eeuw worden meer eisen gesteld aan het welzijn gedurende het verblijf in instellingen. De vraag naar zinvolle dagbesteding nam toe, niet alleen om bewoners ‘bezig te houden', maar ook om gericht te werken aan het behouden en ontwikkelen van vaardigheden. Er ontstonden allerlei opleidingen binnen de activiteitensector.

De activiteitenbegeleider in de 21ste eeuw begeleidt deelnemers bij activiteiten in het dagelijks bestaan, zodat zij zich lichamelijk , geestelijk en maatschappelijk welbevinden.De activiteit is geen doel op zich, maar een middel om het bovenstaande te bereiken.

Woonkamer inrichten van verpleeghuis Vogelzang

Lees het verhaal van Ineke, activiteitenbegeleider in verpleeghuis Vogelzang. Zij legt de opdracht aan jullie uit. Je vindt het verhaal ook onder het kopje Kennisblokken. Hier vind je ook het eisenpakket waaraan de opdracht moet voldoen.

Aan de slag

Maak eerst een plan. Zet daar ook in hoe je met de basiscompetenties en de andere leerdoelen aan de slag gaat. En koppel regelmatig terug.

Afsluiten BVO

Je sluit de BVO af met een presentatie aan jouw opdrachtgever/begeleider/coach en/of jouw groep. Onderdeel van de presentatie is ook ieders eindevaluatie en reflectie op het werken aan de BVO in je werkgroep.

Als je het (de) eindproduct(en) kunt presenteren, vraag je de opdrachtgever/begeleider/coach jouw werk te beoordelen. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de in de briefing beschreven eisen.

De opgeleverde producten, de evaluatie en de beoordeling voeg je toe aan je eigen portfolio.

Overzicht BVO's

  • Zo werk je goed
  • Als je een opdracht goed wil uitvoeren, ga je planmatig te werk.
  • Hulpmiddelen
  • Om goed planmatig te werken, gebruik je de hulpmiddelen.