Leefomgeving van kinderen - Instelling

Inleiding

Kennis, vaardigheden en een attitude waarover je beroepsmatig moet kunnen beschikken, kun je ontwikkelen door te werken aan leerdoelen. Omdat iedere student of beroepsbeoefenaar verschillende ervaringen en kennis heeft, heeft iedere student/beroepsbeoefenaar zijn/haar eigen unieke leerdoelen.

In de betekenisvolle opdrachten zijn leerdoelen opgenomen, die je ondersteuning bieden bij het werken aan je eigen leerdoelen.

We onderscheiden twee typen leerdoelen:

1 Leerdoel basiscompetenties

Door te werken aan het leerdoel Basiscompetenties (communiceren, samenwerken e.a.) krijg je zicht op de mate waarin je de benodigde vaardigheden waaruit een competentie bestaat, beheerst.

Je kunt per betekenisvolle opdracht kiezen aan welke basiscompetentie je wilt werken.

2 Theorie-leerdoelen

Een goede beroepsbeoefenaar heeft een behoorlijke bagage aan passende kennis. Iedere betekenisvolle opdracht bevat daarom theorie-leerdoelen die van belang zijn om de opdracht te kunnen uitvoeren. Immers, om de opdracht met goed resultaat te kunnen afronden, is kennis van de context en inhoud noodzakelijk.

De theorie-leerdoelen bieden ook de mogelijkheid een keuze te maken; zo kun je met elkaar afspreken wie welke leerlijn doet.

In overleg met je coach en teamgenoten kun je ook afspraken maken over individuele leerdoelen wat betreft deze leerdoelen.

Om je werkzaamheden als beroepsbeoefenaar goed te kunnen uitvoeren, moet je beschikken over een aantal competenties. In de kwalificatiedossier van de opleidingen Sociaal-Agogisch Werk staat beschreven over welke competenties je moet beschikken.

Een competentie is het geheel van kennis, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen die de beroepskracht in staat stelt in (moeilijke) situaties adequaat en passend te kunnen handelen.

Competenties worden geformuleerd in termen van gedrag.

We onderscheiden twee soorten competenties:

  1. Basiscompetenties: competenties die voor alle beroepsbeoefenaren in een beroep belangrijk zijn.
  2. Beroepscompetenties: competenties die specifiek passen bij het beroep.

De leerlijn Basiscompetenties biedt je handvatten om te werken aan je ontwikkeling op het gebied van de volgende basiscompetenties:

  1. communiceren
  2. samenwerken
  3. rapporteren
  4. zorgdragen voor kwaliteit
  5. methodisch handelen
  6. vraaggericht werken

Iedere basiscompetentie is beschreven in termen van gedrag(svaardigheden).

Je kunt een keuze maken aan welke competentie en welke gedragsvaardigheid je wilt werken.

En je geeft aan op welk niveau je de competentie beheerst op het moment dat je met de opdracht start. Vervolgens ga je werken aan:

  • wat je wilt bereiken;
  • wanneer het klaar is;
  • welke (leer)activiteiten je moet uitvoeren;
  • welke hulpmiddelen je nodig hebt;
  • hoe je gaat aantonen dat je het beoogde resultaat hebt bereikt.

Door deze stappen te doorlopen, door het vragen van feedback aan je teamgenoten en je coach en door eigen reflectie word je competenter!

In deze opdracht maak je kennis met het werk van de pedagogisch werker op niveau 4 (sector kinderopvang of jeugdzorg).

Persoonlijk leerdoel

Aan welke leerdoelen je gaat werken, hangt af van de kennis die je al hebt en de keuzen die je maakt. Bij Hulpmiddelen, Formulieren BVO's vind je hoe je de leerdoelen vastlegt en evalueert. Je doet dit in overleg met je docent.

Reflectie

Als je klaar bent met de opdracht, sta je stil bij de volgende vragen:

  • Wat houdt het beroep pedagogisch werker kinderopvang of jeugdzorg in?
  • Wat is het verschil met de pedagogisch werker op niveau 3?
  • Zou ik in een van deze beroepen willen werken?

In deze opdracht raak je vertrouwd met de instellingen voor kinderen die uit huis worden geplaatst vanwege opvoedingsproblemen of de thuissituatie.

Persoonlijk leerdoel

Aan welke leerdoelen je gaat werken, hangt af van de kennis die je al hebt en de keuzen die je maakt. Bij Hulpmiddelen, Formulieren BVO's vind je hoe je de leerdoelen vastlegt en evalueert. Je doet dit in overleg met je docent.

Reflectie

Als je klaar bent met de opdracht, sta je stil bij de volgende vragen:

  • Wat kunnen deze instellingen betekenen voor kinderen waar het thuis niet goed gaat?
  • Wat vind ik van dit werkveld?
  • Zou ik in een van deze instellingen willen werken?

Extra informatie

Overzicht BVO's

  • Zo werk je goed
  • Als je een opdracht goed wil uitvoeren, ga je planmatig te werk.
  • Hulpmiddelen
  • Om goed planmatig te werken, gebruik je de hulpmiddelen.